Download PDF

bio kort 

Benjamin Verdonck (1972) is acteur, schrijver, beeldend kunstenaar en theatermaker. Hij bespeelt zowel de reguliere theaterzaal met voorstellingen als WEWILLLIVESTORM, Nine Finger (samen met Alain Platel en Fumiyo Ikeda) en Global Anatomy (samen met Willy Thomas) en de publieke ruimte met projecten als Bara/ke 2000 (een boomhut in het hartje van de stad), Hirondelle/ Dooi Vogeltje/The Great Swallow (een vogelnest op 32m hoogte tegen een kantoorbuilding), en ŁÓDŹ / BOAT / BOOT (gebouwd op een appartementsgebouw in het Poolse Szczecin in juli 2012).

Onder de noemer KALENDER lanceerde Verdonck in 2009 een jaar lang acties in de openbare ruimte in Antwerpen. Deze actiecyclus kreeg een vervolg in een tentoonstelling KALENDER / WIT in het M HKA en een theatervoorstelling KALENDER / ZWART (2010). In 2011 bracht Benjamin Verdonck het HANDVEST VOOR EEN ACTIEVE MEDEWERKING VAN DE PODIUMKUNSTEN AAN EEN TRANSITIE NAAR RECHTVAARDIGE DUURZAAMHEID in stelling.

In datzelfde jaar creëerde Benjamin Verdonck ook de theatervoorstelling DISISIT. In het seizoen 2012-2013 maakte hij samen met Abke Haring Song#2. De ‘tafeltoneelvoorstelling’ NOTALLWHOWANDERARELOST gaat in mei 2014 in première.

 Verdoncks beeldend werk vindt steeds meer zijn weg naar tentoonstellingen in o.m. Berlijn (½), Kortrijk (Sometimes I sits and thinks and sometimes I just sits), Gent (in Track), Hasselt (in Mind the system, find the gap) en Antwerpen (oowendeseentsjkommaartsjinigin).

Onder de noemer EVEN I MUST UNDERSTAND IT zal Benjamin Verdonck de komende twee jaar een cluster van nieuwe autonome werken bundelen –  theaterprojecten en acties in de openbare ruimte  – die elk op hun manier verbeeldingsrijke  proposities zijn over hoe kunst de werkelijkheid mee kan vormgeven eerder dan erop te reflecteren.

Benjamin Verdonck wordt in 2013-2016 ondersteund door KVS en Toneelhuis. 

bio lang 

Benjamin Verdonck (1972) studeert in 1992 af aan de toneelafdeling van het Antwerpse Conservatorium. Hij werkt als acteur bij De Tijd (Lucas Vandervost), het Zuidelijk Toneel (Ivo van Hove), Toneelgroep Hollandia (Johan Simons/Paul Koek) en HETPALEIS (Arne Sierens). Later werkt hij mee aan voorstellingen van Dood Paard, de Roovers, Walpurgis, Dito’Dito en Lampe. Daarnaast werkt Verdonck ook aan eigen projecten. Hij maakt muziektoneel met muziekmakerij Think of One en Valentine Kempynck. Samen creëren zij o.a. de voorstellingen Wat ik graag zou zijn als ik niet was wat ik ben hfst. 1, 2 en 2b+is (1992-1995) naar Julio Cortázar en Hydra van Heiner Müller (1998). Voor LOD maken zij in 2000 W/ik denk vaak aan de hoeveelheid rundvlees die nodig zou zijn om bouillon te maken van het meer van Genève. Bij de Roovers schrijft en speelt Benjamin Verdonck in 2002 een kindervoorstelling gebaseerd op het werk van Ovidius, Metamorphosen (geselecteerd voor het Theaterfestival 2003). In 2004 maakt hij voor KVS samen met Willy Thomas 313/Misschien wisten zij alles, naar het werk van Toon Tellegen.

In maart 2002 richt Verdonck de POPsingers’ breasts were not real vzw op. Van daaruit voert hij een onderzoek naar de kracht en functies van theatraliteit in de openbare ruimte; dat onderzoek omvat ‘acties’ als Bara/ke 2000, een theatervoorstelling die op het Brusselse Baraplein en op het Sint-Jansplein in Antwerpen speelt. Op beide locaties leeft Verdonck twee weken lang in een hut op een zeven meter hoge paal, van waaruit hij voortdurend gesprekken aanknoopt met voorbijgangers.

In mei 2004 verblijft hij opnieuw een week in de lucht, ditmaal in een vogelnest op tweeëndertig meter hoogte tegen het administratief centrum van de stad Brussel. Deze actie, die hij in 2005 op het Fierce Festival in Birmingham en in 2008 in Rotterdam herneemt, krijgt de titel hirondelle/dooi vogeltje/the great swallow.

Een onderzoek naar het politieke draagvlak van theater resulteert in Shopping = Fun (een aantal kleinschalige acties op de Antwerpse Meir i.s.m. Dennis Tyfus, waarmee Verdonck zijn ongemak ten opzichte van het geconditioneerd koopgedrag communiceert) en I like America and America likes me (2003, naar een gelijknamige actie van Joseph Beuys), waarin hij een alternatieve positie zoekt binnen het sterk gepolariseerde debat over de dan nakende interventie in Irak. Later dat jaar volgt de creatie van WEWILLIVESTORM, een toneelvoorstelling zonder woorden die o.a. te zien is in het Nieuwpoorttheater (nu CAMPO), Toneelhuis en KVS, de drie huizen die zich in 2006 engageren om het werk van Benjamin Verdonck gezamenlijk te ondersteunen.

In het seizoen 2006-2007 gaat Benjamin Verdonck in op de uitnodiging van Guy Cassiers om samen met alle Toneelhuisartiesten een locatieproject te maken in de Bourlaschouwburg, naar het boek Een geschiedenis van de wereld in 10 ½ hoofdstuk van Julian Barnes. In 2007 maakt hij samen met Fumiyo Ikeda en Alain Platel de voorstelling Nine Finger (KVS, Rosas en De Munt), over de perversiteit van de oorlog, gezien door de ogen van een kindsoldaat.

Verdoncks beeldend werk, waaronder maquettes voor de onuitgevoerde Toneelhuisproductie BOOT, maakt begin 2007 deel uit van de tentoonstelling The Projection Project in het MuHKA, die later zal doorreizen naar Budapest. In datzelfde seizoen 2007-2008 werkt hij opnieuw samen met Willy Thomas aan het woordenloze Global Anatomy (KVS). 

In het voorjaar van 2008 nodigt Benjamin Verdonck het publiek uit in zijn atelier in Antwerpen voor een serie kleinschalige toonmomenten van zijn ‘tafeltoneelvoorstelling’, my house turned into a black swan and i flew away with it. Tussen al deze voorstellingen door werkt Benjamin Verdonck aan een tentoonstelling van zijn beeldend werk in het kunstenFESTIVALdesArts en een in de Antwerpse tentoonstellingsruimte LLS 387, waar hij ook zijn boek WERK/SOME WORK voorstelt.

In het begin van het seizoen 2008-2009 speelt Benjamin Verdonck Repertoire in de Bourla, een herneming van zijn vijf meest recente theatervoorstellingen en een aantal voorstellingen van verwante makers. 2009 staat volledig in het teken van KALENDER, zijn actiecyclus in de openbare ruimte. Daarmee maakt hij de publieke ruimte een jaar lang het centrum van zijn artistieke praktijk. In de loop van 365 dagen vinden meer dan honderdvijftig acties plaats in de stad Antwerpen. Ze verhouden zich tot traditionele feestdagen, de voortgang der seizoenen, geopolitieke verschuivingen en het dagdagelijkse leven. In februari 2010 ontvangt Benjamin Verdonck de Vlaamse Cultuurprijs voor Podiumkunsten 2009.

In het voorjaar 2010 krijgt KALENDER een autonome neerslag in de white cube van het museum (KALENDER/WIT) en in de zwarte doos van de theaterzaal (KALENDER/ZWART). Deze laatste voorstelling blijft zijn weg vinden naar themafestivals in binnen- en buitenland (onder de titel CALENDAR – 365 DAYS INTERVENTIONS IN ANTWERP). Datzelfde jaar werd Benjamin Verdonck uitgenodigd om de State of the Union te verzorgen voor de verzamelde Vlaamse podiumkunstensector. In het voorjaar van 2011 brengt Benjamin Verdonck het Handvest voor een actieve medewerking van de podiumkunsten aan een transitie naar rechtvaardige duurzaamheid uit en na een aantal voorstudies creëert hij in het najaar 2011 de theatervoorstelling DISISIT.

In januari 2012 neemt Benjamin Verdonck ook deel aan Middenin de nacht, een voorstelling gecreëerd door het hele Toneelhuismakers- en spelersensemble naar het gelijknamige boek van Toon Tellegen. Op het festival (september 2012) van de Scheld’Apen, een Antwerps kunstencentrum waarvan hij de voorzitter is van de raad van bestuur) speelt Benjamin Verdonck samen met muzikant Han Stubbe een eerste versie van Let me count the times, naar een kortverhaal van Martin Amis, een voorstelling die hij later  nog verder zal uitwerken. Het is diezelfde organisatie Scheld’apen die van 1 september 2012 tot 7 februari 2013 de uitdaging aangaat om Verdoncks Handvest… toe te passen op alle aspecten van zijn werking. De uitnodiging van muzikant-theatermaker Paul Koek aan Benjamin Verdonck om samen aan de slag te gaan met materiaal van DISISIT en van Dick Raaijmakers leidt tot het vrolijke Replica, een kleine muziektheatervoorstelling (26 oktober 2012) die op het repertoire blijft.

 In november 2012 maakt Benjamin Verdonck samen met collega-Toneelhuismaker Abke Haring Song#2. Met zijn deelname in mei 2013 aan het Brusselse stadsproject Tok Toc Knock van KVS sluit Verdonck dat seizoen af: op een vergeten lapje grond  bouwt hij de ontmoetingsplek  Bar friche, die hij elke avond weer letterlijk uit de grond laat verrijzen. Op 6 september 2013 geeft hij een lezing voor Out of the box, een conferentie opgezet door het Vlaams Theater Instituut en Theaterfestival over de rol van de kunst in de publieke ruimte. In mei 2014 gaat NOTALLWHOWANDERARELOST, een tafeltoneel, in première op het kunstenFESTIVALdesArts 2014.

Al die tijd  blijft Benjamin Verdonck acties opzetten inde openbare ruimte en intussen vindt zijn beeldend werk meer en meer zijn weg naar tentoonstellingen. Soms gaan acties en tentoonstellingen hand in hand. Hij presenteert in augustus 2011 het werk ½ in het festival Über Lebenskunst, een festival in Berlijn dat de vraag naar ‘het goede leven’ stelt in het licht van de globale ecologische crisis. ½ spitst zich toe op de fysieke conditie van de mens – stel dat de mens als verschijning maar half zo groot zou zijn – als speels-imaginaire oplossing van de duurzaamheidsproblematiek.   Voor CC Kortrijk maakt Verdonck de tentoonstelling Sometimes I sits and thinks and sometimes I just sits (december 2011). In het voorjaar van 2012 wordt Benjamin Verdonck uitgenodigd voor een parcourstentoonstelling Track in Gent, een initiatief van S.M.A.K.. Hij bouwt er in een grote, dichtbebladerde boom van het Vogelenzangpark een replica van een bungalow uit dat park, een typisch stukje architectuur uit de jaren vijftig. In een nabijgelegen school stelt hij ook  ABC-bord tentoon, een stukje uit zijn ‘objectenalfabet’ dat we ook terugvinden in DISISIT en latere tentoonstellingen.

In juni 2012 opent in Z33 in Hasselt de zomertentoonstelling  Mind the system, find the gap waar kunstenaars op zoek gaan naar ‘gaten in het systeem’. Benjamin Verdonck stelt hiervoor  in twee aanpalende kamertjes van het Hasseltse Begijnhof een nieuw geheel samen uit elementen van het eerder ontstane KALENDER/WIT.  Kort daarop volgt een nieuwe actie in de openbare ruimte, ŁÓDŹ / BOAT / BOOT, gebouwd op een flatgebouw in het Poolse Szczecin in juli 2012. Het is een tien dagen durend project dat tegelijk installatie-in-wording en performance is.

Eind januari 2013 opent in de Tim Van Laere Gallery in Antwerpen oowendeseentsjkommaartsjinigin met nieuw beeldend werk van Verdonck; de vernissage op 31 januari 2013 wordt vrolijk aangezet door een performance van Verdonck zelf. Op 16 mei 2013 opent Benjamin Verdonck met een live performance de tentoonstelling Deel 1: de inleiding in CC Belgica in Dendermonde. 

Begin september 2013 neemt Benjamin deel aan Open Studio’s 2012, een initiatief van NICC en Studio Start. Op 13 en 14 oktober is  Verdonck samen met Vaast Colson te zien in  het project Rond de put, een kunstproject rond de Ekerse putten, een bizarre restruimte bovenop een verdwenen polderdorp. Op 14 september 2013 opent in Groningen Public Artspace haar deuren met All is giving, een tentoonstelling met werk van 45 kunstenaars waaronder Benjamin Verdonck. Kort daarop trekt Verdonck naar het HISK in Gent voor een intensieve week van presentaties, atelierbezoeken en feedbacksessies aan de HISK-studenten.  Ook in de Summer School van het Gentse Campo & Rits gaat hij samen met ‘t Barre Land en de studenten aan de slag (30 september tem 4 oktober 2013).

Begin oktober 2013 is Benjamin Verdonck ook te gast met een voorstudie van NOTALLWHOWANDERARELOST op het Antwerpse Welvaert Festival Werister opgezet door het duurzaam-kunstenaarscollectief Welvaert Welton. Kort daarop maakt Benjamin Verdonck  –  samen met Dirk Zoete en Frank & Robbert – voor het Gentse CROXHAPOX een ad hoc tentoonstelling in de reeks Brainbox opgezet door dit experimenteel kunstencentrum (2 november 2013). Vanaf 9 april 2014 is de radio-uitzending die Benjamin Verdonck maakte voor het Nederlandse initiatief Radio Voicemail  een week lang te beluisteren. Op 14 april wordt het boek KALENDER, over het gelijknamige 365-dagen durende stadsproject uit 2009, voorgesteld in het Toneelhuis (uitgegeven bij MER. Paper Kunsthalle). 

Onder de noemer EVEN I MUST UNDERSTAND IT zal Benjamin Verdonck de komende twee jaar een cluster van nieuwe autonome werken bundelen –  theaterprojecten en acties in de openbare ruimte  – die elk op hun manier verbeeldingsrijke  proposities zijn over hoe kunst de werkelijkheid mee kan vormgeven eerder dan erop te reflecteren.