Kanal
woensdag 7 oktober 2020

In de maand mei deden het Vlaams Architectuurinstituut, het Brussels Centrum voor de stad, de architectuur en het landschap, en het Institut Culturel d’Architecture Wallonie-Bruxelles samen(!) een oproep om in het licht van de pandemie een voorstel te doen voor de ruimtelijke uitdagingen van morgen. Vervolgens organiseren ze samen(!) een debatdag in Kanal waarop een aantal genodigden met elkaar in gesprek gaan. Ik ben uitgenodigd van gedachten te wisselen met Bas Smets, landschapsarchitect.
Hij vertelt hoe hij bomen in een stad in kaart brengt, de reikwijdte van hun wortels, en vervolgens tracht te lezen waar het netwerk verknoopt, waar het beter kan, interconnectiviteit. Ik vertel over een plek achter een reclamepaneel waar ik ooit een zetel en een afdak plaatste en er een jaar lang zorg voor droeg, solidariteit.
Het gesprek is gezwind, gaat vele kanten op, met oh’s en ah’s en als Moria op Lesbos en passiviteit ter sprake komt, zucht Bas en zegt ‘natuurlijk, altijd vraag ik me af: is dit wel genoeg?’. En zoals ik eens zei dat ik mijn positie ten aanzien van mijn werk vergelijk met die van de mensen die soep koken voor actievoerders van Extinction Rebellion, vergelijkt hij zijn werk met het draaien aan het deksel van een potje confituur. Uiteindelijk krijgt iemand het potje wel open, zegt hij (hoopt hij) maar dat is wel omdat velen voor je het al hebben geprobeerd.