Baudelopark
mei 2021

Heel vroeg sta ik op vandaag en zit op de trein nu naar Gent tussen plooifiets en sporttas.
Daarin: Nieuwe Vrienden, De bril van Harry Potter, Het verdrietige vosje, Het gevallen vosje, Liedje voor Zanna, Metamorfosen, Bells for peace, Vogue, de vliegen, de ijzerdraadjes, de vogelfluitjes en 22 Couples.
Er kan maar zoveel mee als er in de sporttas past.
Mijn publiek, 11 studenten aan het KASK.
Mijn podium, een grasheuvel in het Baudelopark.

Eind februari schrijf ik een laatste keer over mijn wedervaren op het Sint-Jansplein. Daarna schrijf ik nauwelijks nog van wandelingen langs pleinen en parken, bankjes en deurdorpels, verloren gelopen in het verslag van mijn eigen reis.

Zo beland ik bij een lerarenopleiding in Mechelen, een kleinkunstafdeling, de opleiding theaterwetenschappen en een jongerenwerking in Antwerpen, een toneelschool en een universiteit in Brussel, een kunstopleiding in Brussel, een toneelschool in Maastricht en vandaag een les voorstellingsanalyse in Gent. En zo trek ik van plek naar plek en is mijn werk ditmaal geen doosje dat ik toon maar een doosje dat ik toon waardoor we samen ergens over praten.

Zo sta ik op 1 april (echt waar) op het podium van de Bourlaschouwburg met een voorstelling die niet voorstelling heet maar expo. Twaalf zachte zetels in de zaal, die acht keer per dag drie dagen op een rij uitverkocht zijn. En zo hoef ik enkel de beschrijving bij mijn werk te veranderen om het aan mijn publiek te kunnen tonen.

Zo open ik een galerij in de etalage van een kledingzaak tegenover het modemuseum en heb haast elke week een nieuwe solo show. En zo kan men het werk ook zien zonder dat ik in de buurt ben.

Zo maak ik een nieuwe doos, een kijkkast met luiken die open gaan en daarachter nog luiken die open gaan en dan gaat alles dicht en gaat er langzaam achteraan toch weer een luikje open, enzoverder. Zo kan men op elk moment naar het werk beginnen kijken. En zo staat dit werk me toe één plek te bewonen, eerder dan mij van plek tot plek te begeven.

Alles gaat altijd anders.
Niet het werk op zich is het onderzoek (natuurlijk wel) maar de oefening in lenigheid, de zoektocht naar manieren van tonen, van aanwenden.
En zo ontvouwt dit werk zich eindelijk een beetje zoals gedacht.